Steniging. We kiezen eens een ongemakkelijk onderwerp vanuit de Bijbel.
Wat weken geleden sprak een spreker in een Gemeente/ Kerk, dat je ook eens de ongemakkelijke onderwerpen in de Bijbel je eens goed moet durven te lezen en bestuderen. Want overal zit er een diepere betekenis achter.
Vaak moet je ook leren snappen de context van de achtergrond waarop zo iets was.
In de inmiddels vele Bijbelstudies die hier staan probeer ik schrift met schrift te vergelijken.

De overspelige vrouw.
Laten we maar meteen naar het nieuwe testament gaan naar het verhaal van de overspelige vrouw. In Johannes 8 kunnen we dit lezen.
https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/johannes/8#5
1 Jezus echter ging naar de Olijfberg.
2 En ’s morgens vroeg kwam Hij opnieuw in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe; en Hij ging zitten en onderwees hen.
3 En de schriftgeleerden en de Farizeeën brachten een vrouw bij Hem die op overspel betrapt was.
4 En toen ze haar in het midden hadden doen staan, zeiden zij tegen Hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt bij het plegen van overspel.
5 In de wet nu heeft Mozes ons geboden zulke vrouwen te stenigen; U dan, wat zegt U?
6 En dit zeiden zij om Hem te verzoeken, opdat zij iets hadden om Hem aan te klagen. Maar Jezus bukte en schreef met de vinger in de aarde.
7 En toen zij Hem dit bleven vragen, richtte Hij Zich op en zei tegen hen: Wie van u zonder zonde is, laat die als eerste de steen op haar werpen.
8 En opnieuw bukte Hij en schreef in de aarde.
9 Maar toen zij dit hoorden en in hun geweten overtuigd waren, gingen zij weg, de één na de ander, te beginnen bij de oudsten tot de laatsten; en Jezus werd alleen achtergelaten, en de vrouw die in het midden stond.
10 Jezus nu richtte Zich op en toen Hij niemand zag dan de vrouw, zei Hij tegen haar: Vrouw, waar zijn die aanklagers van u? Heeft niemand u veroordeeld?
11 En zij zei: Niemand, Heere. En Jezus zei tegen haar: Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig niet mee
Welke kenmerken zien we:
- Wet van Mozes
- Een snel gebruik van recht, er moesten wel meerdere getuigen zijn.
- Een sluwe wijze om Jezus ergens op te betrappen dat ze konden gebruiken om van Jezus af te komen.
We weten dat Jezus bediening er was. Nog steeds gold de Wet van Mozes. Jezus had die Wet nog niet vervuld!
Zie onderstaande link.
https://spyfromthesky.nl/bijbelse-visies/als-de-wet-de-profeten-en-jezus-te-samenkomen/
In dit stuk, zie bovenstaande link schreef ik onder andere. Mattheüs 22 vers 36 t/m 40.
En dit antwoord werd ook gegeven aan de Farizeeën al.
37 Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.
38 Dit is het eerste en het grote gebod. 39 En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.
40 Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.
Maar als we nu goed beschouwen het volgende:
3 En de schriftgeleerden en de Farizeeën brachten een vrouw bij Hem die op overspel betrapt was.
4 En toen ze haar in het midden hadden doen staan, zeiden zij tegen Hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt bij het plegen van overspel.
5 In de wet nu heeft Mozes ons geboden zulke vrouwen te stenigen; U dan, wat zegt U?
Valt er wat op aan de Wet van Mozes?
Aan de ene kant een hard Wet, althans zo ervaar ik dit wel, aan de andere kant zien we dat Jezus wellicht de gehele context neemt van de Wet van Mozes.
Wellicht stonden de schriftgeleerden en Farizeeën naar de Wet wel in hun gelijk. Aan de andere kant de uitleg van Jezus de twee grote geboden en het 2e is 9 En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Als de schriftgeleerden en de Farizeeën dan dit ook nog in de gedachten hadden dan moeten we goed lezen en luisteren naar Jezus.
7 En toen zij Hem dit bleven vragen, richtte Hij Zich op en zei tegen hen: Wie van u zonder zonde is, laat die als eerste de steen op haar werpen.
De Farizeeën die al het antwoord hadden gehoord over het grote gebod en nu dit als antwoord kregen, hadden geen keuze meer.
9 Maar toen zij dit hoorden en in hun geweten overtuigd waren, gingen zij weg, de één na de ander, te beginnen bij de oudsten tot de laatsten; en Jezus werd alleen achtergelaten, en de vrouw die in het midden stond.
Steniging
De Vader en ik (Jezus) zijn één. We zien hier wel dat Jezus nog voor de Wet vervuld was bezig was hoe de genade zou gaan functioneren.
Johannes 10
28 En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken.
29 Mijn Vader, Die hen aan Mij gegeven heeft, is meer dan allen, en niemand kan hen uit de hand van Mijn Vader rukken.
30 Ik en de Vader zijn Één. 31 De Joden dan pakten opnieuw stenen op om Hem te stenigen.
32 Jezus antwoordde hun: Ik heb u vele goede werken van Mijn Vader laten zien. Vanwege welk van die werken stenigt u Mij?
33 De Joden antwoordden Hem: Wij stenigen U niet vanwege een goed werk, maar vanwege godslastering, namelijk omdat U, Die een Mens bent, Uzelf God maakt.
34 Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd: U bent goden?
35 Als de wet hén goden noemde tot wie het woord van God kwam, en de Schrift niet van kracht beroofd,
36 zegt u dan tegen Mij, Die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: U lastert God, omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon?
37 Als Ik niet de werken van Mijn Vader doe, geloof Mij dan niet,
38 maar als Ik ze doe en u Mij niet gelooft, geloof dan de werken, opdat u erkent en gelooft dat de Vader in Mij is en Ik in Hem.
39 Zij probeerden dan opnieuw Hem te grijpen, maar Hij ontkwam aan hun handen.
Steniging
Steniging
We zien in de bovenstaande lange passage ook een stukje staan waarop, wie? Ja, je leest het goed, de Joden. Kan zijn omdat mogelijk het boek Johannes wat later is geschreven dat die de verzameling van tegenstanders was. In ieder geval de religieuze schriftgeleerden, Farizeeën.
In ieder geval een groep van tegenstanders. Naast de geestelijke macht ook wellicht onder de bevolking zelf die daardoor besmet was geraakt.
Maar ze probeerden Jezus te stenigen, maar Jezus ontkwam daaraan. Immers de profetie van hoe Jezus zijn leven zou afleggen stond wel vast en dat was geen steniging.
Steniging ouder dan de Wet van Mozes?
Exodus 8
25 Toen riep de farao Mozes en Aäron, en zei: Ga heen, breng offers aan uw God in dit land.
26 Maar Mozes zei: Het is niet juist om dat te doen, want wij zouden aan de HEERE, onze God, een offer kunnen brengen dat een gruwel voor de Egyptenaren is. Zie, als wij voor de ogen van de Egyptenaren een offer zouden brengen dat een gruwel voor hen is, zouden zij ons dan niet stenigen?
27 Laat ons drie dagreizen ver de woestijn ingaan, zodat wij aan de HEERE, onze God, offers kunnen brengen, zoals Hij tegen ons zeggen zal.
28 Toen zei de farao: Ík zal u laten gaan, zodat u aan de HEERE, uw God, in de woestijn offers kunt brengen. Alleen, ga beslist niet te ver weg! Bid vurig voor mij!
We zien dus al dat de steniging, een straf was die blijkbaar in de vroege beschaving na de zondvloed in de gebieden van vóór de torenbouw van Babel, blijkbaar gangbaar was.
Leviticus 20
Een weinig gelezen en ongemakkelijk stuk in de Bijbel. Dit was de volledige uitwerking van de Wet voor Israël. Ook om duidelijk aan te geven hoe een Heilig God Israël daarmee apart zette.
Er staan beste vele zaken in die best een ‘gruwel’ van afkeer bij je kunt afroepen en je kunt je nog mogelijk inbeelden, even op de straf na, dat dit niet goed is. Maar er komen ook praktijken voor die vandaag de dag steeds normaler worden gezien.
Helaas ook in vele kerken en mogelijk gemeenten is er een andere invulling gegeven van de betekenis. Daarom verlegt men de focus alleen maar op genade en en goede en liefde die we in het nieuwe testament voorkomen.
Het zoeklicht heeft er ook een artikel over geschreven.
https://www.zoeklicht.nl/artikelen/wat-zegt-de-bijbel-over-homoseksualiteit-10773
Leviticus 24 steniging.
In Leviticus 24 wordt de opdracht ook gegeven om te stenigen.
10 Eens trok de zoon van een Israëlitische vrouw, die tevens de zoon van een Egyptische man was, die te midden van de Israëlieten woonde, eropuit. Toen raakten de zoon van de Israëlitische vrouw en een Israëlitische man met elkaar slaags in het kamp.
11 Daarbij lasterde de zoon van de Israëlitische vrouw de Naam, hij vloekte. Daarop brachten zij hem naar Mozes. De naam van zijn moeder was Selomith, de dochter van Dibri. Zij behoorde tot de stam Dan.
12 Zij namen hem in hechtenis om in afwachting van het bevel van de HEERE over hem een beslissing te nemen.
13 De HEERE sprak tot Mozes:
14 Breng hem die gevloekt heeft, buiten het kamp. Dan moeten allen die het gehoord hebben, hun handen op zijn hoofd leggen en moet heel de gemeenschap hem stenigen.
15 En tot de Israëlieten moet u spreken: Iedereen die zijn God vloekt, moet zijn zonde dragen.
16 Wie de Naam van de HEERE lastert, moet zeker ter dood gebracht worden. Heel de gemeenschap moet hem zeker stenigen. Zowel de vreemdeling als de ingezetene moet zeker gedood worden als hij de Naam gelasterd heeft.
Kenmerken van bovenstaande passage:
- zoon van Egyptische man
- stam Dan
- buiten het kamp
- hele gemeenschap moet meedoen
De Heiligheid van God gold dus niet alleen voor priester maar voor het gehele volk. Zelf voor de vreemdeling.
We zien dat niet Mozes zelf dit oordeel meteen uitsprak, maar wachtte op de HEERE.
Geen ark van het verbond?
Dit oordeel was er nog voordat er een ark van het verbond was of toch niet?!
Was de Ark van het verbond helemaal gereed en in werking? Verzoendeksel en grote verzoendag denken we aan!
Of was deze zonde meteen te ver dat er geen vergeving meer mogelijk was?
We lezen ook dat de zoon uit de stam Dan kwam. De stam Dan wordt genoemd. Met een reden? Ik denk het wel.
De stam DAN één van de 12 stammen komt niet meer voor in het boek Openbaring. Volgens uitleggers is deze stam in ongenade gevallen of zo en sommige verwachten profetisch ook de lijn waarop de antichrist uit voort zou komen.
De God van het oude testament anders dan die van het nieuwe testament.
We moeten beseffen dat we met de Heiligheid van God te maken hebben. Deze geschiedenis van het oude testament roept soms de hoorbare gedachte op dat: “Is de God van het oude testament anders dan die van het nieuwe testament?
Deze geschiedenis is ook niet voor niets in de Bijbel opgenomen, dus het is voor ons opgeschreven. In ieder geval openbaart God zich wel en zijn Wet is volmaakt.
Het was een maand of 13 /14 later dat dit zich afspeelde.
10 Eens trok de zoon van een Israëlitische vrouw, die tevens de zoon van een Egyptische man was, die te midden van de Israëlieten woonde, eropuit.
Die zoon had alles meegemaakt van alle werken van God. Alle plagen. De bijzonderheid in het land Gosen waar geen plagen waren.
Hij had meegemaakt hoe God de eerstgeborene van Egypte sloeg en ieder moest bloed aan de deurposten aanbrengen.
Verderf Engel.
De laatste plaag trof dus ook het volk Israël in het land Gosen. God voorzag van een schuilplaats. Maar ze moesten daar wel wat voor doen. Handelen en actie en natuurlijk dat als God spreekt dat dit ook serieus is.
De zoon die vloekte niet alleen, maar lasterde bewust. De NAAM lasterde hij = De HEERE.
Hij had het allemaal wel kunnen weten en van dichtbij meegemaakt. Buiten de legerplaats vond het vonnis plaats.
Hetzelfde gebeurde met Jezus met Zijn kruisiging. Ook buiten de legerplaats of stadsmuren.
Andere commentaren.
https://www.kingcomments.com/nl/bijbelstudies/Lv/24
De bovenstaande link kan ook interessant zijn om te lezen.
Na in het heiligdom te hebben gezien wat het volk voor God is, laat deze geschiedenis in beeld zien wat de uitwendige toestand van het hele volk is. Een Israëlitische vrouw heeft door haar verbinding met een Egyptische man een lasterende zoon voortgebracht. De vrouw is met deze Egyptenaar getrouwd in de tijd dat zij nog met het volk in slavernij in Egypte was.
Haar man en zoon behoren tot de “grote [groep van] mensen van allerlei herkomst” die met de Israëlieten uit Egypte meegetrokken zijn (Ex 12:38). De zoon bewijst dat zijn hart met Egypte verbonden is gebleven. Er is geen enkel respect voor de HEERE. Hij tart Hem zelfs door bij een ruzie met een Israëliet “de Naam” te lasteren.
Met ‘de Naam’ wordt het geheel van Gods wezen bedoeld, niet een bepaalde voorstelling van God zoals die in elke Naam afzonderlijk wordt weergegeven. De man spreekt er niet slechts kwaad van, maar ‘vloekt’ de Naam, wat betekent dat hij de Naam lastert. Hij schrijft die Naam tegen beter weten in kwade dingen toe.
Dit is een beeld van de geestelijke toestand van het volk Israël, waarvan Jeruzalem bij uitstek het toonbeeld is. Voor Israël geldt, wat gezegd wordt van Jeruzalem: “De grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook hun Heer gekruisigd is” (Op 11:8).
Dit gaat nog verder.
Deze lasteraar van de Naam is de eerste die krachtens de wet van Mozes de doodstraf ondergaat. Later wordt deze wet door goddeloze rechters misbruikt om de Heer Jezus ter dood te veroordelen (Mt 26:65b-66). Stéfanus zal de eerste martelaar voor de Naam van de Heer Jezus zijn door misbruik van deze wet door dezelfde misdadige rechters (Hd 6:11).
Midrasj.
Deze Joodse informatie laat het verhaal meer context geven. De Vader van de Egyptische zoon, die was waarschijnlijk al door en zelf door Mozes gedood toen Mozes de Egyptenaar doodsloeg.
Mogelijk dat de vader misbruikt heeft gemaakt met de Joodse vrouw. En nu is de zoon daarvan zoveel jaren later in beeld. Zou dit de oorzaak kunnen zijn dat Mozes de Heere erbij nam.
https://www.jtsa.edu/torah/who-belongs/
Thora?!
Aan het einde van Emor vertelt de Thora het verhaal van de lasteraar, de man die God vervloekt. Op de oppervlakte is dit verhaal niet bijzonder complex. Een mens vervloekt de naam van God, zodat hij wordt vastgehouden totdat God een straf voor hem kan overbrengen. God vertelt het volk dat iedereen die zijn godslastering hoorde, is om de man buiten het kamp te brengen en hem dood te stenigen (Lev. 24:10-16). Dit wordt het paradigma voor het executeren van mensen die kapitaalmisdrijven plegen in het algemeen, zowel in de Thora als in de rabbijnse traditie.
Een nadere blik op het verhaal laat echter zien dat het ingewikkelder is dan het oorspronkelijk zou kunnen lijken. De Thora wijst op een aantal merkwaardige details. In vers 10 zegt de Thora: “En de zoon van een Israëlitische vrouw, die de zoon van een Egyptenaar was, ging uit onder de kinderen en Israël, en de zoon van de Israëlitische vrouw en een Israëlitische man vochten in het leger.” Er is niets in de Thora om ons te vertellen waarom dit gevecht begon, noch is het duidelijk hoe het gevecht leidt tot de zoon van de Israëlitische vrouw die lastert. We weten niet waarom de moeder van de man in het volgende vers wordt geïdentificeerd, maar hijzelf wordt nooit geïdentificeerd. En tot slot is de vraag waar ik op terug blijf keren, waarom maakt het uit dat deze man half Egyptisch is?
Detail achtergrond
De midrashim verkennen de afstamming van de man in detail en leggen uit hoe de geschiedenis van zijn ouders ons helpt zijn misdaad te begrijpen.
Vayikra Rabbah legt uit dat de vader van deze man eigenlijk de Egyptenaar was die Moshe in Egypte doodde, voordat hij wegliep en uiteindelijk de brandende struik tegenkwam.
Omdat de vader van de godslasteraar geen Israëliet was, had hij geen aandeel in het Land, en geen vaste plaats in het kamp.
Ondanks dat hij redelijke reden heeft om zich vervreemd te voelen van de Israëlitische gemeenschap, beweert Ramban (die de Sifra citeert), dat hij ervoor koos om zich te bekeren door zich onder te dompelen in de mikveh en een brit milah te hebben.
Hij bevindt zich echter nog steeds buiten de gemeenschap.
Zo lokaliseert de Sifra de oorsprong van het geschil tussen de lasteraar en de Israëliet als zijnde over de vraag of de godslasteraar een plaats heeft bij de stam van Dan, de stam van zijn moeder.
Geen wijsheid in pacht
Nee, ik heb niet hierin alle wijsheid in pacht. Het blijft lastig. Eén ding weet ik wel dat God goed en rechtvaardig is.
Wellicht hebben we geheel uit het oog verloren in de tijd van Mozes en de wetten dat:
God kan vergeven, terwijl de aardse gevolgen blijven.
Maar we zien ook dat niet altijd de straf van steniging of zo erop volgde. Mozes sloeg op met zijn staf op de rots. Gevolg, Hij mocht het land niet binnengaan. Die straf bleef. Hij mocht nog wel een glimp ervan zien. En David had overspel en moord. Hij bekeerde zich en zei tot de Heere dat Hij heeft gezondigd.
Het kind stierf en er waren blijvende gevolgen dat doorging.
Jezus
God kan vergeven, terwijl de aardse gevolgen blijven. Dit was vooral in de tijd van Mozes, in ieder geval dat God als koning over Israël recht sprak.
Is dit niet het grootste wonder dat nodig was? Jezus Zijn Zoon zou als volledig God sturen. Ook vaak om aardse gevolgen te niet te doen, natuurlijk zijn er landen, regering en rechters die straffen op verschillende wijze, ook die rechters dienen op de dag van het oordeel verantwoordelijkheid af te leggen, maar het grootste wonder was naast het beperken van de aardse directe gevolgen vooral een geestelijk aspect.
Bij bekering ontvang vergeving van je zonden.
Nummerie 15
De sabbatschender gestraft
32 Toen de Israëlieten in de woestijn waren, troffen zij een man aan die hout sprokkelde op de sabbatdag.
33 En zij die hem aantroffen terwijl hij hout sprokkelde, brachten hem naar Mozes en naar Aäron, en naar heel de gemeenschap.
34 Zij namen hem in hechtenis, want er was nog geen beslissing genomen wat met hem gedaan moest worden.
35 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Die man moet zeker gedood worden. Heel de gemeenschap moet hem met stenen stenigen buiten het kamp.
36 Toen bracht heel de gemeenschap hem weg tot buiten het kamp, en zij stenigden hem met stenen, zodat hij stierf, zoals de HEERE Mozes geboden had.
Wederom een steniging zien we. Dit lijkt op de zoon van de Egypte man en Joodse vrouw.
De straf was zo streng omdat de sabbat een teken van het verbond was, zie Exodus 31:13
De Sabbat is teken van het verbond en hoort bij Israël.
We kunnen nooit een andere dag nemen als je als heiden tot geloof komt om daarop je theologie op te baseren. Kerkelijke leren die dit wel plegen te doen of wellicht in het verleden gedaan hebben die hebben dat mis.
Dan is het eerder dat ze meer of minder eerder een soort van Babel cultus uitvoeren.
In die context kunnen we de straf begrijpen. De HEERE waakte over zijn verbond.
De vier verbonden van het oude testament.
1. Het Noachitisch verbond (met Noach)
Genesis 9
- Met: alle mensen + de schepping
- Teken: regenboog
- Inhoud:
- God zal de aarde niet meer door een zondvloed vernietigen
- basisregels voor het leven
Universeel (voor iedereen)
2. Het Abrahamitisch verbond (met Abraham)
Genesis 12, 15, 17
- Met: Abraham en zijn nakomelingen
- Teken: besnijdenis
- Beloften:
- land
- groot volk
- zegen voor alle volken
Fundament voor Israël (en uiteindelijk ook voor alle volken)
3. Het Sinaïtisch / Mozaisch verbond (met Mozes)
Exodus 19–24
- Met: het volk Israël
- Inhoud:
- de wet (Torah)
- de 10 geboden
- offersysteem
Voorwaardelijk:
- gehoorzaam → zegen
- ongehoorzaam → oordeel
4. Het Davidisch verbond (belangrijke extra fase!)
Dit is precies wat je bedoelt: een volgende stap vóór het nieuwe verbond
📖 2 Samuël 7
- Met: koning David
- Belofte:
- zijn koningshuis blijft bestaan
- er komt een eeuwige koning uit zijn lijn
Kern:
een blijvend koningschap
Nu is wel dat het Davische verbond het fundament had van het verbond van Mozes.
Maar toch bracht dit iets anders mee. Heel langzaam zien we wat meer genade komen. De Wet heeft niet afgedaan en gold nog.
Deze twee verbonden gingen samen totdat we uitkomen in het nieuwe verbond. Jezus vervulde de Wet en de profeten.
Toch zien we onder David en andere koningen dat er meer vergeving was op uitstel. De koningen stonden tussen God en het volk in.
Aardse koning.
Het klopt dat er iets verandert wanneer Israël een koning vraagt: ze wijzen God als directe koning af. Maar God trekt Zich niet echt terug — Hij blijft actief, alleen regeert Hij voortaan via menselijke koningen, en laat Hij zien wat de gevolgen daarvan zijn.
En dan gebeurt er iets moois
Hoewel de vraag om een koning niet ideaal was: gebruikt God het tóch
Uit het koningschap van David komt:
- uiteindelijk de Messias (Jezus)
- Dus: wat begon als een verkeerde motivatie
- wordt onderdeel van Gods plan
Stefanus.
In handelingen 6 lezen we wat een krachtige gelovige Stefanus was. In hoofdstuk 7 hield Stefanus een lange reden. Daarop werden de godsdienstleider woedend. En dan lezen we:
De dood van Stefanus
54 Toen zij dit hoorden, barstten hun harten van woede en knarsten zij hun tanden tegen hem.
55 Maar hij, vol van de Heilige Geest, hield zijn ogen naar de hemel gericht en zag de heerlijkheid van God, en Jezus, staande aan de rechterhand van God.
56 En hij zei: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan de rechterhand van God.
57 Maar zij riepen met luide stem, stopten hun oren dicht en stormden eensgezind op hem af.
58 En zij wierpen hem de stad uit en stenigden hem, en de getuigen legden hun kleren af aan de voeten van een jongeman, die Saulus heette.
59 En zij stenigden Stefanus, terwijl deze Jezus aanriep en zei: Heere Jezus, ontvang mijn geest.
60 En terwijl hij op de knieën viel, riep hij met luide stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En toen hij dat gezegd had, ontsliep hij.
En Saulus later Paulus stemde in met gebeuren. Later weten we dat Saulus de Damascus bekering had meegemaakt en eigenlijk daarna één van de grootste instrumenten van God werd.
Steniging.
Ja, steniging. We begonnen praktisch met de overspelige vrouw. Die ontkwam de steniging, terwijl naar de Wet die mogelijk was. We lezen in het oude testament toen Israël rechtstreeks als verbondsvolk van God, de theocratie, twee mannen gestenigd was.
En we zien een gelovig man, in een periode dat Jezus de Wet en de Profeten vervuld had, nog viel onder een zeldzaam uitgevoerd wijze van steniging.
Dit had een functie. Het leek dat Saulus in heftigheid de gelovigen ging achtervolgen en probeerde te doden.
De kracht van Stefanus was: 60 En terwijl hij op de knieën viel, riep hij met luide stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En toen hij dat gezegd had, ontsliep hij. Zoals Jezus dit ook zei aan het kruis over zijn volk.
Koninkrijk werd uitgesteld.
Juist door dit gebeuren bleek dat het huis van Israël en het huis van Juda nog steeds niets wilde weten van Jezus. Ook na Jezus dood, opstanding en Hemelvaart kon het Koninkrijk van God aanbreken.
Maar het geheimenis, later ook door Paulus uitgelegd, werd de genadetijdperk ingeluid. De profetie bleef zeker bestaan, maar de volledige vervulling lijkt in voor onze tijd weggelegd.
In feite gebeurde in de volken rondom Israël met mogelijk de strenge wetten in de tijd van Leviticus het volgende af. Aan de Moloch werden kindoffers gebracht. Ook de vrouwen als zogenaamde tempel priesteressen pleegde veel hoererij. En dit als cultus en rituelen aan hun stinkgoden.
Nee, het niet niet zomaar makkelijk te begrijpen. Als je het goed bestudeert waren als die wetten als welzijn voor het volk van Israël. Niet om het volk te pesten, maar juist om te helpen.
Andere Bijbelse artikelen:
https://spyfromthesky.nl/bijbelse-visies/is-god-nog-steeds-de-god-van-israel/
https://spyfromthesky.nl/bijbelse-visies/de-karmel-is-de-som-512-toeval/
https://spyfromthesky.nl/bijbelse-visies/het-verbond-van-god-met-david/
https://spyfromthesky.nl/thema-eindtijd/de-tijd-van-het-einde/
0 reacties