Een drakenverhaal.

We kennen allemaal wel films waarin draken een belangrijke bijrol vervullen. Vaak gebaseerd op oude legendes. Ook de filmindustrie, Hollywood, Netflix hebben films gemaakt over draken. Ook in tekenfilms of animatiefilm, alsook in games spelen draken een rol.

Waarom fascineert het de mensen om films te maken waarin draken voorkomen? Hebben die werkelijk bestaan en zo ja, vermeldt de Bijbel ook iets over draken?

In Nehemia 2: 13 wordt gesproken over een bron voor draken.

Uit de film Merlijn.

Nehemia mag terugkeren van de koning naar het land van Israël om bepaalde herstelwerkzaamheden in Jeruzalem te kunnen verrichten.

11 Ik kwam aan in Jeruzalem en was daar drie dagen.

12 Toen stond ik ’s nachts op, ik en enkele mannen met mij. Ik vertelde geen mens wat mijn God in mijn hart gegeven had om voor Jeruzalem te doen. Er was geen dier bij mij, dan het dier waarop ik reed.

13 Ik ging ’s nachts door de Dalpoort de stad uit, voorbij de Drakenbron, naar de Mestpoort, en inspecteerde de muren van Jeruzalem, waarin bressen waren geslagen en waarvan de poorten door vuur waren verteerd.

14 Ik ging verder naar de Bronpoort en naar de vijver van de koning. Er was echter geen ruimte om verder te gaan voor het dier waarop ik zat

Dus door het Dalpoort de stad uit, voorbij de Drakenbron, naar de Mestpoort.

We lezen ook dat de poorten door vuur waren verteerd. De fantasie zal snel een beloop in ons krijgen dat het niet ondenkbeeldig is dat dit het vuur van de draken was.

Jesaja 14:28 t/m 32 is mogelijk een wat lastig te duiden profetie. Een stukje hieruit:

Verblijd u niet, heel Filistea, want de staf die u sloeg, is wel gebroken, maar uit de wortel van de slang zal een gifslang voortkomen, en haar vrucht zal een vurige, vliegende draak zijn.

In Jesaja 30: 6 staat ook een passage.

De last over de dieren van het Zuiderland. Door een land van benauwdheid en angst, waar leeuwin en leeuw, adder en vliegende draak wonen, vervoeren zij op de ruggen van ezels hun vermogen, en op de bulten van kamelen hun schatten, naar een volk dat hun geen nut kan doen.

Indeling muur en poorten van Jeruzalem.

13 Ik ging ’s nachts door de Dalpoort de stad uit, voorbij de Drakenbron, naar de Mestpoort, en inspecteerde de muren van Jeruzalem, waarin bressen waren geslagen en waarvan de poorten door vuur waren verteerd.

Over Jesaja 30: 6 zijn er Bijbel uitleggers die spreken over een vreeswekkende macht of koning. Dat zou best goed kunnen. Maar feit blijft wel dat de drakenbron toch redelijk vast staat zoals het er staat.

Vooral in Openbaringen komen we ‘de draak’ tegen. In dit geval staat het voor de satan of de duivel. Ook wordt het wel ‘de grote draak’ genoemd.

Het boek Daniël vanuit de Bijbel is een erg interessante boek om de profetieën mede te verstaan. Het zal zeker een inkijk geven in het boek Openbaringen. Vreemd genoeg werd Daniël soms wel, soms niet onder de grote profeten ingedeeld.

Er zijn ook apocriefe boeken die niet in de Bijbel zijn opgenomen, maar wel een dusdanige betekenis kunnen hebben als achtergrond of zelfs een letterlijke uitleg.

Zo heb je ook het apocriefe boek Daniël 14.

De titel is Bel en de draak.

Vierde aanhangsel aan het boek van de profeet Daniël, namelijk: De geschiedenis van Bel en de Draak te Babel hetwelk gesteld wordt als het 14de hoofdstuk van Daniël.

01 En de koning Astyages werd vergaderd tot zijn vaderen, en Cyrus uit Perzië nam zijn koninkrijk over, en Daniël was altijd met de koning, en was heerlijker dan alle vrienden des konings. 02 De Babyloniërs hadden een afgod, die genoemd was Bel; aan deze werden alle dagen ten koste gelegd twaalf schepel meel, en veertig schapen, en zes metreten wijn. 03 En de koning eerde die, en ging dagelijks heen, om die te aanbidden, doch Daniël aanbad God. En de koning zeide tot hem: Waarom bidt gij Bel niet aan?

04 En hij zeide: Omdat ik geen afgoden, die met handen gemaakt zijn, aanbid, maar de levende God, die de hemel geschapen heeft, en de aarde, en die heerschappij heeft over alle vlees. 05 En de koning sprak tot hem: Dunkt u dan niet dat Bel een levende god is? of ziet gij niet hoe veel hij dagelijks eet?

06 Maar Daniël lachte en zeide: Laat u niet verleiden, o koning; want deze Bel is van binnen leem, maar van buiten koper, en hij heeft nooit gegeten noch gedronken. 07 En de koning vertoornd zijnde, deed zijn priesters roepen en zeide tot hen: Indien gijlieden mij niet zegt wie deze kost opeet, zo zult gij sterven.

08 Maar indien gijlieden bewijzen zult, dat Bel deze dingen opeet, zo zal Daniël sterven, want hij heeft tegen Bel gelasterd; en Daniël zeide tot de koning: Het geschiede naar uw woord.

09 En de priesters van Bel waren zeventig, zonder de vrouwen en kinderen en de koning ging met Daniël in het huis van Bel. 10 De priesters zeiden: Zie, wij gaan henen uit; en gij heer koning, zet zelf de spijze daar, en stel de drank daar, nadat hij ingeschonken is, en sluit de deur toe, en verzegel die, met uw ring;

11 En kom morgen vroeg, en indien gij niet vindt dat alles door Bel opgegeten is, zo zullen wij sterven, of Daniël zal sterven die tegen ons heeft gelogen. 12 Zij nu verachtten dit, omdat zij een heimelijke toegang onder de tafel gemaakt hadden, en door deze gingen zij altijd, en verteerden die dingen.

13 En het geschiedde als zij uitgegaan waren, zo zette de koning de spijzen voor Bel, en Daniël beval zijn dienaren, dat zij as zouden brengen en bestrooide de gehele tempel in de tegenwoordigheid van de koning; en uitgaande sloten zij de deur toe, en verzegelden die met de ring van de koning en gingen weg.

14 De priesters nu kwamen des nachts, naar hun gewoonte, mitsgaders hun vrouwen en hun kinderen, en aten het alles op en gingen uit. 15 En de koning was des morgens zeer vroeg op, en Daniël met hem;

16 En de koning zeide: Daniël, zijn de zegels nog geheel? en hij zeide: Ja heer koning, zij zijn geheel.

17 En het geschiedde, zo haast de koning de deuren open gedaan had, en op de tafel zag, dat hij met luider stem uitriep: Bel gij zijt groot, en geen bedrog is bij u.

18 En Daniël lachte, en hield de koning op, dat hij niet binnen gaan zou, en zeide: Zie op de vloer, en merk op wiens deze voetstappen zijn. 19 En de koning zeide: Ik zie de voetstappen van mannen, en van vrouwen, en van kinderen.

20 En de koning werd toornig, en liet de priesters grijpen, met hun vrouwen, en kinderen, en zij toonden hem de verborgen deuren, waardoor zij ingegaan waren, en verteerd hadden wat op de tafel geweest was. 21 En de koning liet hen doden, en gaf Daniël de Bel over; deze vernielde hem en zijn tempel.

22 En in die plaats was een grote draak, en de Babyloniërs aanbaden hem.

23 En de koning zeide tot Daniël: Zegt gij ook dat deze van koper is? Zie hij leeft, en hij eet en drinkt, gij kunt niet zeggen dat deze geen levende god is; daarom bid hem aan. 24 En Daniël zeide: De Here mijn God zal ik aanbidden, want die is de levende God.

25 Maar gij, heer koning, veroorloof het mij, zo zal ik deze draak ombrengen zonder zwaard of stok. En de koning zeide: Ja, ik geef u verlof. 26 En Daniël nam pek, vet en haar, en kookte dit tezamen, en maakte daar koeken van, en gaf die de draak in de muil, en de draak berstte daarvan, en hij zeide: Zie uw goden.

27 En het geschiedde, als de Babyloniërs zulks hoorden, dat zij het zeer kwalijk namen, en maakten een oploop tegen de koning, en zeiden: Onze koning is een Jood geworden, hij heeft Bel verstoord, en de draak gedood, en de priesters heeft hij omgebracht.

28 En zij kwamen tot de koning en zeiden: Geef ons Daniël over; anders zullen wij u doden en uw huis. 29 En de koning zag, dat zij zeer op hem aandrongen, en werd gedwongen hun Daniël over te geven. 30 Deze nu wierpen hem in de kuil der leeuwen, en hij was daar zes dagen.

31 En daar waren zeven leeuwen in de kuil, en hun werden dagelijks gegeven twee lichamen, en twee schapen; maar toen werd hun dat niet gegeven, opdat zij Daniël verslinden zouden. 32 En Habakuk, de profeet was in Judea, en had een pap gekookt, en had brood gebrokkeld in een diepe schotel, en ging in het veld om het de maaiers te dragen.

33 En de engel des Heren zeide tot Habakuk: Draag het middageten, dat gij hebt, naar Babylon tot Daniël in de kuil der leeuwen. 34 En Habakuk zeide: Here, ik heb Babylon nooit gezien, en weet niet waar de kuil is.

35 Toen vatte de engel des Heren hem bij het hoofd, en dragende hem met het haar van zijn hoofd, voerde hem over naar Babylon op de kuil, door de drijving van zijn Geest. 36 En Habakuk riep en zeide: Daniël, Daniël, neem dit middageten, dat u God gezonden heeft.

37 En Daniël zeide: Gij gedenkt mij dan Here, en verlaat niet degenen die u liefhebben! 38 En Daniël stond op en at, en de engel des Heren bracht Habakuk terstond weder aan zijn plaats. 39 En de koning kwam op de zevende dag, om rouw te tonen over Daniël, en kwam aan de kuil, en zag daarin, en ziet Daniël zat daar.

40 En de koning riep met luider stem en zeide: Gij zijt groot, o Here, God van Daniël, en daar is niemand dan gij, en trok hem er weder uit, 41 En die oorzaak waren van zijn verderf, liet hij in de kuil werpen, en zij werden terstond verslonden in zijn tegenwoordigheid.

In Job 40 wordt ook gesproken over grote dieren. Moet je dit letterlijk lezen? Als we dit niet zo zien of willen geloven, dan moeten we eens Job 39 geheel lezen. Dan moeten tot de conclusie komen dat dit alleen letterlijk bedoeld kan zijn. Zou dan in eens Job 40 niet letterlijk gelezen moeten (kunnen) worden?

De Behemoth

10 Zie toch, de Behemoth, die Ik gemaakt heb, evenals u, hij eet gras zoals een rund. 11 Zie toch zijn kracht in zijn lendenen, en zijn sterkte in de spieren van zijn buik. 12 Als hij wil, is zijn staart als een ceder; de pezen van zijn dijen zijn samengevlochten.

13 Zijn beenderen zijn als staven brons; zijn gebeente is als ijzeren stangen. De Leviathan 20 Kunt u de Leviathan met een vishaak trekken, of zijn tong met een touw neerdrukken? 21 Kunt u een riet door zijn neus steken,of met een doorn zijn kaak doorboren?

Hoewel het nu niet over draken gaat, is het één een landdier, een dino, de Behemoth en het andere een groot zeedier, de Leviathan. Het laatste dier had waarschijnlijk wel iets draakachtig.

Er is geen verdere uitleg voor nodig dat in vele sages, legendes en oude volksverhalen de draken of dino’s een rol speelden. Vanuit de Bijbel gezien hebben die ook naast elkaar geleefd.

In nog een apocriefe boek 4 Esra 6  47 t/m 53 staat:

47 Op de vijfde dag zeidet gij tot het zevende deel, waarin de wateren verzameld waren, dat het zou voortbrengen gedierte, vogelen, en vissen, en het geschiedde. 48 Want dat stomme water zonder ziel, bracht gedierten voort, die God door één wenk bevolen had, opdat de volken daarin uw wonderen zouden verhalen.

49 En toen hebt gij twee dieren verordineerd, de naam van het ene noemdet gij Behemoth, en de naam van het andere noemdet gij Leviathan. 50 En gij hebt die van elkander gescheiden. Want het zevende deel waar het water verzameld was, kon die beide niet bevatten. 51 En gij hebt aan Behemoth het ene deel gegeven, dat op de derde dag was gedroogd, opdat hij daarin zou wonen, waar duizend bergen zijn.

52 De Leviathan nu hebt gij het zevende deel des waters gegeven, en hebt hem bewaard, opdat hij zij tot een verslinding degene, die gij wilt, en wanneer gij wilt. 53 Op de zesde dag geboodt gij de aarde, dat zij u zou voortbrengen het grote en kleine vee, en de kruipende gedierten.

Blijkbaar een verslag in de detail van de schepping hoe die twee dieren hun eigen gebied gewezen kregen omdat ze zo groot waren. Er zijn ook vertalingen die Drakenbron met Drakenfontein vertalen. Wellicht was het omgeving van Hagedisachtige soorten of andere reptielen. De Bijbel laat in het midden wanneer dit ontstaan is.

De Babylonische koning Nebukadnezar neemt Jeruzalem in. Wellicht dat vanuit Babel ook wel draakachtige beesten meekwam. Niet geheel ondenkbaar omdat Daniël ook in die periode leefde en een verslag van hem in apocriefe boek Daniël 14 staat. Dit kan aansluiten op het begrip Drakenbron in Jeruzalem zoals Nehemia het aantrof.

Een drakenbron sculpture voor de liefhebbers.

Wie gelooft in een jongere aarde die zal vanuit de Bijbel als bron de mens en de dino-achtige beesten goed kunnen voorstellen dat ze samen op aarde waren.

Categorieën: Bijbelse visies

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *