De Karmel

We vinden de Karmel 29 keer in de Bijbel. De meeste gelovigen zullen Elia nog wel met Karmel kunnen verbinden.

Laten we eens de Bijbel open te doen en een klein onderzoek doen van wat wel in de Bijbel staat, maar wij dat niet zó zien als we er geen dieper onderzoek naar doen.

Wat het oplevert? In ieder geval mogelijk meer Bijbelkennis! We kennen wel Israël. Abraham, Izaäk en Jacob. Jacob werd Israël genoemd.

De 4e zoon van Jacob is Juda. Nu betekent het getal 4 over het algemeen, heelheid, compleetheid, maar er kan ook oordeel van uitgaan. Denk ook aan de letter J-H-W-H, eveneens 4 letters! Na de verovering van het beloofde land kreeg Juda het grootste gebied. Kaleb, was de vertegenwoordiger van Juda, dit ten tijde van de 12 verspieders.

In Jozua 12 lezen we verslagen koningen die overwonnen waren en dit werd aan de stammen van Israël gegeven. In vers 22 lezen we: 22 De koning van Kedes, één; de koning van Jokneam, aan de Karmel, één.

Hier komen we de Karmel voor het eerst tegen. In Jozua 15 zien we het erfbezit van Juda. De eerste koning van Israël Saul gehoorzaamde niet omdat hij de koning van Agag en zijn bezit spaarde. Hier lezen we dat Saul ook naar de Karmel ging en hij richtte een gedenkteken op. Saul had niet gehoorzaamd en Samuel moest namens de Here zeggen “heeft de Here evenveel behagen in brandoffers en slachtoffers als het gehoorzamen aan de stem van de Here”?

We zien hier dus een eerste besmetting bij de Karmel. In 1 Samuel 25 lezen we een bijzonder verhaal. Als je dit overleest zit er een diepgang in. Het gaat over Nabal en zijn vrouw Abigaïl.

Nabal had een bedrijf in de Karmel. Het verhaal in het kort. David zorgde met zijn mannen er voor, voor de veiligheid. David werd als een hond gezien van afkomst door Nabel (zijn optreden was hard en zijn daden slecht).

Het oordeel kwam. David ging met 400 man (het getal vier komt weer in voor), maar dan is er in het aantal een ommekeer. Het oordeel werd al door de Here afgewend. In vers 13 van Samuël 1 25 staat dat er 200 achter bleven bij de bagage.

Abigaïl nam 200 honderd broden, 2 zaken wijn, 5 bereide schapen en 5 maten geroosterd koren etc. mee.

Overigens betekent 400 het afsluiten van iets, van een periode. We zagen al dat het oordeel was afgewend, maar het afsluiten van de 400 wordt ook nog niet vervuld. Er bleven 200 achter. Waarom precies de helft? Zou het te maken hebben met Jezus (weder)kom(s)t als het afsluitende periode van 400.

Abigaïl kwam met een ezel en reed de berg af en ontmoette David. Hier zien een al een voorafschaduwing van het afwenden van het oordeel.

Ook Jezus kwam met een ezel binnen en, gevierd als koning, maar een doornenkroon was wat vooraf ging aan de verzoening.

Zou Jezus ook de berg (heuvel) af zijn gegaan richting Jeruzalem? Zou hij vanaf Bethlehem gekomen zijn? Staat dit in de Bijbel? Zo niet, het zou niet ondenkbaar kunnen zijn. Bethlehem en Jeruzalem liggen dicht bij elkaar.

Na de verzoening van Jezus aan het kruis, was hij werkelijk het brood des levens.

Waarom 512? Toeval of niet ? Is 512 ook 888?

Ook in het verhaal van Abigäil lijkt het erop in de opsomming van wat zij meenam veel op het leiden, sterven en opstaan en vieren van Jezus Christus. Wat een profetische boodschap zitten in de onderstaande opsomming en welk een evangelie van de blijde boodschap!

  • 200 broden (brood des levens)
  •  2 zakken wijn (bloed van het verbond)
  • 5 schapen (Jezus als een lam geslacht)
  • 5 maten geroosterd koren (Jezus werd erg beproefd)
  • 100 rozenenkoeken (Vader vergeef het hun want zij weten niet wat zij doen, Jezus zag uit naar de vreugde, de vreugde van zij bruid)
  • 200 klompen vijgen (In het 1000 jarig vrederijk zal het rijk aanbreken van gerechtigheid)

Tellen we 200+2+5+5+100+200 op dan komen we op 512.

Die 512 = 8x8x8 of te wel 888 is de getalswaarde voor Jezus Christus. De 8e dag is ook de dag dat de Messias zou komen. 8×8= 64 en 64 staat voor waarheid. Het is ook uit te leggen dat de Messias op de 8e dag zou komen in waarheid. We zien hoe bijzonder deze getalswaarde bij elkaar opgeteld komt tot 512 en welke opbouwen er kunnen zijn in die 512.

Overigens zijn deze items ook nog toe te passen om de eerste gemeente (uit Handelingen) van Jezus, zie hieronder.

1. Broden: eenheid (Hand. 2:44, 46, 47; 4:32).

2. Wijn: vreugde (Hand. 2:46).

3. Schapen: geduld, zachtmoedigheid, toewijding (Hand. 1:4).

4. Geroosterd koren: beproeving (Hand. 5:41-42; Hand. 7).

5. Rozijnenkoeken: duurzame vreugde (Hand. 5:41).

6. Vijgen: gerechtigheid (Hand. 1:23).

Hoe leerzaam is het om onderzoek te doen. Deze kleine Bijbelstudie is nog niet gereed. Het verder bekijken van de Karmel wil ik nog doen.

Categorieën: Bijbelse visies

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *